65 Seizoenen
Seizoen 1940 - 1941
Waubachse Boys - het seizoen 1940 - 1941
Het voornaamste feit is ongetwijfeld de fusie van alle voetbalbonden in Nederland. Vanaf 1 augustus 1940 was iedere voetbalvereniging lid van de N.V.B. "Koninklijke" was in die tijd uit den boze.
Alle elftallen moesten opnieuw worden ingedeeld. We werden ingedeeld in de 2e klas N.V.B., dus geen 1e klasser meer. Ook de andere vereniging Waubach werd 2e klasser. Twee clubs in dezelfde klas met dezelfde naam was een probleem. Nou, toen werd het voor altijd R.K.V.V. Waubachse Boys.
Dit seizoen leverde bijzonder interessante duels op, omdat men kon spelen tegen clubs, waarmee voorheen elk contakt onmogelijk was. In het zuiden werden in zowel 2A, 2B als 2C zes I.V.C.B .-elftallen ondergebracht. Dat hield in dat men 7 verenigingen zou ontmoeten van de andere bond, aangezien elke 2e klas bestond uit 13 elftallen.
De eerste wedstrijden verliepen teleurstellend. Na 6 wedstrijden hadden de Boys niet meer dan 2 punten bij elkaar gesprokkeld. Het zag er somber uit. Op 5 november 1940 zag de staart er als volgt uit:
10 Palemig
11 Sportieve Ster
12 Waubachse Boys
13 R.K.A.N.S.
Toen volgde een knap herstel. Er werden nog maar weinig punten verloren, getuige de eindstand:

De wedstrijden Miranda-Kerkrade en Bleijerheide-W aubachse Boys waren ongeldig verklaard. De wedstrijd Waubachse Boys-Palemig werd niet meer gespeeld, omdat het seizoen anders te lang zou duren. Daarvandaan het ongelijke aantal wedstrijden.
Dat men de herkomst (katholieke of neutrale vereniging) niet helemaal vergeten was, bleek o.a. uit een artikel in "De Sport Illustratie" van 7 januari 1941, waarin een artikel gewijd was aan de resultaten van de katholieke (I.V.C.B.) clubs in de 2e klasse.
In dat seizoen hadden de eerste derby's plaats tussen de twee Waubachse clubs. Waubach won de eerste wedstrijd thuis tegen de Boys met 2-1. De Boys namen op eigen terrein revanche door met 3-1 te winnen.
Dat we in de bezettingstijd leefden was wel duidelijk. Je kon niet kopen wat je wilde. Schoenen waren schaars. Alleen op bonnen van de distributiekaart waren ze te koop. Het aantal bonnen was zeer beperkt, nauwelijks voldoende om iedere dag fatsoenlijk schoeisel te dragen, laat staan voetbalschoenen te kopen. De meeste leden waren niet in staat om voetbalschoenen aan te schaffen. Daarvandaan het volgende artikel in de "Officiële Mededelingen", uitgave van de N.V.B., d.d. 9 september 1940, nr. 2.
Distributie Voetbalschoenen
De distributie van voetbalschoenen zal geschieden door den N.V.B., die daarvoor bons beschikbaar zal stellen.
Per 100 aan de competitie deelnemende spelers zullen ten hoogste 33 paar schoenen kunnen worden verstrekt, hetgeen overeenkomt, zoals uit de gegevens bekend geworden is, op 7 paar schoenen per elftal, deelnemende aan de competities. Men houde bij het aanvragen van bons hiermede rekening en zij, die een paar nieuwe schoenen hebben kunnen kopen,zullen het daarmede 3 jaren moeten doen.
Formulieren voor het aanvragen van deze bonnen zijn verkrijgbaar bij het Bondsbureau van den N.V.B., v.d. Spiegelstraat 21, Den Haag.
Zo was de situatie toen en niet anders. Geen bonnen, geen voetbalschoenen, dus niet voetballen. Was je in de gelukkige omstandigheid, wel over een paar voetbalschoenen te beschikken, dan was het zaak, daar uiterst zuinig op te zijn en er jaren mee te doen. Het was misschien je laatste paar.